Publicaties
MOA-budget
mr. A. Cluitmans-Souren en mr. M.G. de Bont-Hanenkamp, april 2001.
MOA-budget
Schoolbudget voor management, ondersteuning, arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden (MOA-budget) voor basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, scholen en afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs en voor praktijkonderwijs
door mr. A. Cluitmans-Souren en mr. M.G. de Bont-Hanenkamp
1. Inleiding
2. Toekenning
3. Besteding en verantwoording
4. Overleg en budget
5. Uitvoering
6. Geldigheidsduur
1. Inleiding
In de CAO 2000-2002 is afgesproken dat aan de scholen voor primair onderwijs, de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, de scholen en de afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs en de scholen voor praktijkonderwijs een budget zal worden toegekend ten behoeve van de versterking en innovatie van de instelling als arbeidsorganisatie en ten behoeve van een verdere professionalisering van het management. Dit budget heet het schoolbudget voor management, ondersteuning, arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden, het zogenoemde MOA-budget.
Aan deze in de CAO ter beschikking gestelde middelen zijn tijdens de behandeling van de suppletoire begrotingswet extra faciliteiten toegevoegd, waardoor al vanaf het begin van het schooljaar 2000-2001 een totaal budget van ongeveer 112 miljoen beschikbaar is voor de scholen in het primair onderwijs.
Het budget wordt voor het schooljaar 2000-2001 aan de scholen in het primair onderwijs toegekend als aanvullende formatie in de zin van artikel 120, vijfde lid, van de WPO. Dit betekent dat tenzij, uitdrukkelijk anders is geregeld, de bepalingen van de WPO en van het Formatiebesluit WPO van toepassing zijn. Voor de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, de scholen en de afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs en de scholen voor praktijkonderwijs wordt het budget voor het schooljaar 2000-2001 toegekend als aanvullende formatie in de zin van artikel 117, vierde lid, van de WEC en artikel 233, vierde lid, van de WVO.
Het voornemen bestaat om voor de schooljaren daarna de wet- en regelgeving aan te passen in verband met de toekenning van het MOA-budget zodat, het budget onderdeel uitmaakt van de reguliere bekostiging. Hierbij zullen nadere afspraken worden gemaakt over de positie van de schoolleiding bij het overleg over de besteding van het MOA-budget, over de plicht tot besteding van het budget, over de verantwoording van de besteding van het budget en over de monitoring.
2. Toekenning
Voor de toekenningssystematiek wordt aangesloten bij de systematieken van de Formatiebesluiten WPO, WEC en WVO.
Voor de basisscholen zal het MOA-budget bestaan uit een lineaire component voor alle scholen en een zogenaamde kleinescholentoeslag MOA voor scholen met 144 leerlingen of minder. De berekening zal plaatsvinden aan de hand van het aantal leerlingen van de gehele school. Voor de berekening wordt het aantal leerlingen van de hoofd- en nevenvestiging(en) getotaliseerd. Het schoolgewicht zal per school worden vastgesteld. Voor de berekening van het MOA-budget blijft buiten beschouwing de vermeerdering van de basisformatie ten behoeve van scholen met één of meer nevenvestigingen (artikel 6 Formatiebesluit WPO).
Naar analogie van het Formatiebesluit WPO zal ook bij het MOA-budget gewerkt worden met een kleinescholentoeslag. Indien een basisschool op de teldatum 1 oktober 1999 144 leerlingen of minder heeft, komt zij in aanmerking voor de kleinescholentoeslag MOA.
De uitkomst van de berekening van de kleinescholentoeslag MOA kan nooit negatief worden, maar wel nihil. Op het moment dat de kleinescholentoeslag MOA nihil is, bestaat er nog slechts recht op de lineaire component.
De omvang van het MOA budget tezamen met het formatieve deel van de voor de school beschikbare toeslag voor de schoolleiding (artikel 13a van het Formatiebesluit WPO) bedraagt, omgerekend naar uren, minimaal 17 uren.
Hierdoor krijgen met name kleine scholen de mogelijkheid om hun managementtijd te verruimen.
Voor speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, scholen en afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs wordt het MOA-budget berekend door de som van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 1999 te vermenigvuldigen met 0,14 fre's, afgerond op nul decimalen.
Voor nieuwe scholen wordt de teldatum vastgesteld overeenkomstig artikel 118 van de WEC en artikel 234 van de WVO.
In geval van samenvoeging zal worden uitgegaan van het aantal leerlingen van alle bij de samenvoeging betrokken scholen op 1 oktober 1999.
3. Besteding en verantwoording
Het MOA-budget is op het niveau van de school vrij besteedbaar ten behoeve van specifieke omstandigheden en problemen, met dien verstande dat het budget uitsluitend besteed kan worden ten behoeve van personeel binnen de aandachtgebieden management, ondersteuning, arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden.
Hierbij kan worden gedacht aan:
- formatie voor de schoolleiding, bijvoorbeeld ten behoeve van scholing of verruiming van de managementtijd;
- functiedifferentiatie;
- professionalisering van het management;
- maatregelen in het kader van functionele loopbaanombuiging;
- de financiering van de eigen bijdrage bij doorstroombanen;
- eigen bijdrage bij instroombanen;
- het inzetten van onderwijsondersteunend personeel;
- toelagen in verband met extra reiskosten woon-werkverkeer;
- toelagen voor herintreders;
- toelagen voor vervangers;
- het inwerken van nieuwe leerkrachten;
- loonverlet voor zij-intromers;
- het oplossen van vervangingsproblemen;
- maatregelen ter vermindering van de werkdruk, speciaal in de bovenbouw;
- de financiering van een premiespaarloonregeling;
- het afsluiten van arbocontracten;
- maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim en het beperken van de WAO-instroom;
- andere maatregelen waarvan conform de geldende regelingen (WMO) is vastgesteld dat deze binnen de genoemde aandachtsgebieden vallen.
De recent afgesloten arboconvenanten zullen leiden tot het sluiten van nieuwe arbocontracten. In het MOA-budget is rekening gehouden met de beschikbaar gestelde extra middelen voor af te sluiten arbocontracten.
Met de centrales van overheidspersoneel is afgesproken dat bij het overleg over de regeling voor het MOA-budget voor het schooljaar 2001-2002 en daarna nader zal worden bezien of bovenstaande lijst moet worden bijgesteld en voorts inhoudelijk afspraken kunnen worden gemaakt over de prioriteiten die gewenst zijn.
De instellingsaccountant toetst of het MOA-budget op de juiste wijze is besteed. Daartoe dient het bevoegd gezag te administreren waaraan het MOA-budget is besteed.
4. Overleg over het budget
De inzet van het MOA-budget voor het management en de overige bestemmingen wordt vastgesteld na overleg tussen het bevoegd gezag en de betrokken directeur van de school.
Ten aanzien van dit besluit gelden de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad als vervat in de WMO en het medezeggenschapsreglement. Zo heeft de MR een adviesbevoegdheid met betrekking tot de vaststelling of wijziging van de bestemming in hoofdlijnen van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas of van anderen zijn ontvangen. Het gaat dan om de vraag welk deel van het budget wordt besteed aan maatregelen ten behoeve van respectievelijk het management, de ondersteuning, de arbeidsmarkt en de arbeidsomstandigheden. Het MOA-budget wordt toegekend als aanvullende formatie. Ten aanzien van de vaststelling van de inzet van de formatie en van het beleid tot verzilvering en tot sparen heeft het personeelsdeel van de MR een instemmingsbevoegdheid.
5. Uitvoering
Het MOA-budget dat voor het schooljaar 2000-2001 wordt toegekend, kan volgens de normale systematiek worden verzilverd (artikel 19 van het Formatiebesluit WPO, artikel 25 van het Formatiebesluit WEC en artikel 40 van het Formatiebesluit WVO). Voor het MOA-budget geldt 1 oktober 2000 als eerste en enige verzilvering- of overdrachtsdatum.
Scholen hoeven geen aanvraag in te dienen; zij ontvangen voor het MOA-budget automatisch een beschikking. De beschikkingen zullen uiterlijk op 15 augustus 2000 aan de scholen worden verzonden. Uiterlijk op 1 september 2000 ontvangen de scholen een nieuw formatieoverzicht. Indien het meldingsformulier van oktober reeds door de school is verzonden op het moment dat de beschikking wordt ontvangen, kan de school nog correcties aanbrengen op de verzilvering of overdracht van fre's die verband houden met de toekenning van het MOA-budget: deze correcties moeten vóór 1 oktober 2000 schriftelijk worden doorgegeven.
6. Geldigheidsduur
De regeling geldt voor het schooljaar 2000-2001. De middelen zijn structureel beschikbaar voor de genoemde bestedingsdoelen. Over de wijze waarop in de periode na het schooljaar 2000-2001 het MOA-budget zal worden toegekend, volgt wet- en regelgeving waardoor het MOA-budget onderdeel zal gaan uitmaken van de reguliere bekostiging.
Bron: Uitleg Gele katern van het ministerie van OCenW nummer 18b van 26 juli 2000 pagina's 42, 43 en 44 voor basisscholen, pagina's 48 en 49 voor speciale scholen voor basisonderwijs en pagina's 27 en 28 voor WEC scholen en scholen voor SVO en praktijkonderwijs.
