Publicaties
Jaarverslag 1997-1998 geschillen- en bezwarencommissies
COMMISSIES VOOR GESCHILLEN
MEDEZEGGENSCHAP KATHOLIEK ONDERWIJS EN
DECENTRAAL GEORGANISEERD OVERLEG KATHOLIEK ONDERWIJS
BEZWARENCOMMISSIE FUNCTIEWAARDERING VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS
JAARVERSLAG
schooljaar 1997-1998
's-Gravenhage, mei 1999.
INHOUDSOPGAVE
1. Ten geleide.
2. Algemeen.
3. De bij de Commissies aangesloten scholen/instellingen.
3.1. Commissies voor medezeggenschapsgeschillen.
3.2. Commissies voor geschillen en arbitrage decentraal
georganiseerd overleg.
3.3. Bezwarencommissie functiewaardering
4. De samenstelling van de commissies.
5. Het secretariaat van de commissies.
6. De geschillen.
6.1. De behandeling van de geschillen met betrekking tot
medezeggenschap en dgo.
6.2. De onderwerpen van de mondeling behandelde geschillen.
6.3. De behandeling van de adviesaanvragen functiewaardering.
6.4. De onderwerpen van de mondeling behandelde advies-
aanvragen.
7. De huishoudelijke vergaderingen van de commissies en
het overleg van de voorzitters van de commissies.
8. Ter afsluiting.
1. TEN GELEIDE.
Dit verslagjaar betreft de werkzaamheden van de geschillencommissies in de periode augustus 1997 tot en met juli 1998.
Ingevolge de Wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met de invoering van het schoolplan, de schoolgids en het klachtrecht, die per 1 augustus 1998 in werking is getreden, ook wel genoemd de Kwaliteitswet, is de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs uitdrukkelijk vastgelegd en nader uitgewerkt.
Deze verantwoordelijkheid ligt primair - met inachtneming van de wettelijk bepaalde eisen van deugdelijkheid - bij het bevoegd gezag. Onder kwaliteit dient hier verstaan te worden: de mate waarin de school de voor zichzelf gestelde doelen bijvoorbeeld op grond van grondslag, pedagogische visie of didactische aanpak alsmede de door de wet gestelde opdrachten weet te bereiken.
Het is de bedoeling dat de school zoveel mogelijk komt tot een integraal beleidsplan. De nieuwe beleidsdocumenten maken het schoolwerkplan, het activiteitenplan, het leerplan, handelingsplan, nascholingsplan en het jaarverslag (in het voortgezet onderwijs) overbodig.
De vaststelling van het schoolplan - tenminste eenmaal in de vier jaar - is opgenomen als aangelegenheid van artikel 6 WMO; op grond daarvan is de instemming van de gehele medezeggenschapsraad vereist.
De vaststelling van de schoolgids - welke vaststelling jaarlijks dient te geschieden - is eveneens opgenomen als aangelegenheid van artikel 6 WMO.
Het klachtrecht is het derde instrument ter bevordering van de kwaliteit en het kwaliteitsbeleid op de school.
Elke school moet per 1 augustus 1998 over een klachtenregeling beschikken. De vaststelling of wijziging van de klachtenregeling is als aangelegenheid opgenomen in de artikelen 8 en 9 van de WMO.
Op grond daarvan is de instemming van het ouder-/leerlingdeel van de MR en van het personeelsdeel vereist.
Met ingang van 1 augustus 1998 zijn de Wet op het basisonderwijs (WBO), de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (ISOVSO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) gewijzigd.
Ten gevolge van deze wijzigingen is een deel van het speciaal onderwijs tezamen met het basisonderwijs ondergebracht in de gewijzigde Wet op het basisonderwijs, welke tevens een naamsverandering heeft ondergaan; de Wet heet voortaan Wet op het primair onderwijs (WPO). Een deel van het voortgezet speciaal onderwijs is samen met het voortgezet onderwijs geregeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. Hiertoe zijn in een nieuw deel II van de WVO bepalingen opgenomen gelijkluidend aan de titels I tot en met Va van de ISOVSO, zij het met een aantal uitzonderingen en wijzigingen. De ISOVSO zelf heet in het vervolg de Wet op de expertisecentra (WEC). In deze wet waarvan ook een aantal artikelen is gewijzigd is nu het overige speciaal en voortgezet speciaal onderwijs geregeld.
In de nieuwe opzet vallen de scholen voor LOM, MLK en de IOBK-afdelingen van deze scholen onder de WPO. Dit onderwijs wordt gegeven in speciale scholen voor basisonderwijs (SBO's); de VSO-componenten van de SOVSO-scholen voor LOM en MLK worden aangeduid als scholen of afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs en zijn geregeld in deel II van de WVO.
Onder de WEC vallen de ZMLK- en ZMOK-afdelingen en de scholen voor meervoudig gehandicapte kinderen.
De belangrijkste wijzigingen van de WMO die met de invoering van de WPO en de WEC samenhangen betreffen het opzetten van een zorgstructuur door schoolbesturen verenigd in een samenwerkingsverband en het vaststellen van een zorgplan.
2. ALGEMEEN.
De commissies voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek onderwijs
Voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs zijn twee commissies voor geschillen ingesteld, waarbij de voorzitter en de leden van de ene commissie fungeren als respectievelijk plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden van de andere commissie en omgekeerd.
De werkkring van de twee commissies is als volgt:
De werkzaamheden van de commissie voor geschillen voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs in Noord-Nederland strekken zich uit over alle aangesloten scholen in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland.
De werkzaamheden van de commissie voor geschillen voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs in Zuid-Nederland strekken zich uit over alle aangesloten scholen in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
Voor het katholiek voortgezet onderwijs zijn twee commissies voor geschillen ingesteld, te weten:
de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs en de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en algemeen voortgezet onderwijs.
Voor het katholiek hoger beroepsonderwijs is de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek hoger beroepsonderwijs ingesteld.
De commissies voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg voor het katholiek onderwijs
De commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg neemt kennis van geschillen met betrekking tot zaken die behoren tot de competentie van het decentraal georganiseerd overleg (DGO).
Tot de competentie van het DGO behoren de aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel waarover door of namens het bevoegd gezag overleg wordt gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties.
Bij de commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek onderwijs zijn aangesloten de scholen/instellingen die ressorteren onder een bevoegd gezag dat is aangesloten bij een van de in de Vereniging van Besturenorganisaties van Katholieke Onderwijsinstellingen (VBKO) verenigde besturenbonden, tenzij het bevoegd gezag van een school/instelling schriftelijk verklaart dat de betreffende school/-instelling niet wenst te zijn aangesloten bij de commissie.
De VBKO en de Centrales van overheids- en onderwijspersoneel (Centrales) zijn overeengekomen om zoveel mogelijk personele unies tot stand te brengen tussen de geschillencommissies medezeggenschap katholiek onderwijs en de geschillencommissies georganiseerd overleg katholiek onderwijs.
Voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs zijn twee commissies voor geschillen ingesteld; één geschillencommissie georganiseerd overleg voor Noord-Nederland en één geschillencommissie georganiseerd overleg voor Zuid-Nederland.
Voor het katholiek voortgezet onderwijs is ingesteld de commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg voor het katholiek voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor het algemeen voortgezet onderwijs en voor het voorbereidend beroepsonderwijs.
Voor de BVE-sector is door de Stichting Rechtspraak en Geschillen Confessioneel BVE de Commissie voor geschillen en arbitrage ten behoeve van het instellingsgeorganiseerd overleg ingesteld.
De werkzaamheden van deze commissie vallen buiten het bereik van dit jaarverslag.
De bezwarencommissie functiewaardering
De bezwarencommissie functiewaardering brengt op verzoek van een bevoegd gezag aan deze advies uit over een door het bevoegd gezag vastgestelde waardering van een niet-normfunctie, tegen welke waardering het belanghebbende personeelslid bezwaar bij het bevoegd gezag heeft aangetekend.
Voor het katholiek onderwijs is één bezwarencommissie functiewaardering ingesteld. De werkzaamheden van de commissie strekken zich uit over alle aangesloten scholen/instellingen.
Bij de commissie zijn aangesloten de scholen/instellingen die ressorteren onder een bevoegd gezag dat is aangesloten bij de VBKO tenzij het bevoegd gezag bij aangetekend schrijven aan de VBKO heeft bericht af te zien van aansluiting bij de commissie.
Voor de BVE-sector is door de Stichting Rechtspraak en Geschillen Confessioneel BVE de Bezwarencommissie functiewaardering confessioneel BVE ingesteld.
De werkzaamheden van deze commissie vallen buiten het bereik van dit jaarverslag.
3. DE BIJ DE COMMISSIES AANGESLOTEN SCHOLEN/INSTELLINGEN.
3.1. Commissies voor medezeggenschapsgeschillen
Op grond van het bepaalde in artikel 18 van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 en in artikel 10.26 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek geldt voor elke school/instelling als subsidievoorwaarde dat deze is aangesloten bij een commissie voor medezeggenschapsgeschillen.
Aansluiting van de school/instelling bij de commissie geschiedt door middel van de indiening van een door het bevoegd gezag ondertekende verklaring bij de betrokken Bond van schoolbesturen; uit deze verklaring dient te blijken dat het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad op de door de wet of het medezeggenschapsreglement voorgeschreven wijze heeft geraadpleegd over de aansluiting.
Uitgaande van de teldatum 1 oktober 1997 zijn bij de commissies voor medezeggenschapsgeschillen aangesloten:
Aantal scholen/instellingen en leerlingen:
Instellingen Leerlingen
Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2.581 574.028
Beroepsonderwijs, volwasseneneducatie en voortgezet onderwijs 301 337.215
TOTAAL 2.882 911.243
Bij de Commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek hoger beroepsonderwijs zijn 5 instellingen aangesloten.
3.2. Commissies voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg
Uitgaande van de teldatum 1 oktober 1997 zijn bij de commissies voor geschillen en arbitrage dgo aangesloten:
Aantal scholen/instellingen en leerlingen:
Instellingen Leerlingen
Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2.581 574.028
Beroepsonderwijs, volwasseneneducatie en voortgezet onderwijs 283 285.184
TOTAAL 2.864 859.212
3.3. Bezwarencommissie functiewaardering
Uitgaande van de teldatum 1 oktober 1997 zijn bij de bezwaremcommissie functiewaardering aangesloten:
Aantal scholen/instellingen en leerlingen:
Instellingen Leerlingen
Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2.581 574.028
Beroepsonderwijs, volwasseneneducatie en voortgezet onderwijs 283 285.184
TOTAAL 2.864 859.212
4. DE SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIES
De voorzitters van de geschillencommissies voor het primair onderwijs en de (plaatsvervangend) voorzitters van de geschillencommissies voor het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs zijn onderling uitwisselbaar doordat zij tot elkaars plaatsvervangers zijn benoemd.
De samenstelling van de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs in Noord-Nederland is thans als volgt:
Voorzitter: mr J. Vrakking (Naarden);
Lid: mr G. Verkuijlen ('s-Hertogenbosch), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Lid: mr A. Kortmann-Huysmans (H. Landstichting), gekozen door de medezeggenschapsraden.
De samenstelling van de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs in Zuid-Nederland is thans als volgt:
Voorzitter: mr A. Jurgens (Mierlo);
Lid: mr G. Prick (Heerlen), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Lid: de heer J. Nouwen (Hoorn), gekozen door de medezeggenschapsraden.
De samenstelling van de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs en van de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en algemeen voortgezet onderwijs is als volgt:
Voorzitter: mr J. Wolfs (Maastricht);
Plaatsvervangend voorzitter: mr Th. Houwen (Vught);
Lid: mr A. Pieper (Beek bij Nijmegen), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Plaatsvervangend lid: mr J. de Kok (Leidschendam);
Lid: de heer L. Schlaman (Eindhoven), gekozen door de medezeggenschapsraden;
Plaatsvervangend lid: mr P. Pruymboom-Wagenaar (Son).
De samenstelling van de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek hoger beroepsonderwijs is als volgt:
Voorzitter: mr J. Wolfs (Maastricht);
Plaatsvervangend voorzitter: mr Th. Houwen (Vught);
Lid: mr A. Pieper (Beek bij Nijmegen), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Plaatsvervangend lid: mr J. de Kok (Leidschendam);
Lid: de heer L. Schlaman (Eindhoven), gekozen door de medezeggenschapsraden;
Plaatsvervangend lid: mr W. Beurskens (Maastricht).
De samenstelling van de commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek basis- en speciaal onderwijs in Noord-Nederland is als volgt:
Voorzitter: mr J. Vrakking (Naarden);
Plaatsvervangend voorzitter: mr A. Jurgens (Mierlo);
Lid: mr G. Verkuijlen ('s-Hertogenbosch), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Plaatsvervangend lid: mr G. Prick (Heerlen), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Lid: de heer J. Nouwen (Hoorn), gekozen door de personeelsorganisaties;
Plaatsvervangend lid: de heer L. Schlaman (Eindhoven), gekozen door de personeelsorganisaties.
De samenstelling van de commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek basis- en speciaal onderwijs in Zuid-Nederland is als volgt:
Voorzitter: mr A. Jurgens (Mierlo);
Plaatsvervangend voorzitter: mr J. Vrakking (Naarden);
Lid: mr G. Prick (Heerlen), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Plaatsvervangend lid: mr G. Verkuijlen ('s-Hertogenbosch), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Lid: de heer J. Nouwen (Hoorn), gekozen door de personeelsorganisaties;
Plaatsvervangend lid: de heer L. Schlaman (Eindhoven), gekozen door de personeelsorganisaties.
De samenstelling van de commissie voor geschillen en arbitrage voor decentraal georganiseerd overleg katholiek voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend beroepsonderwijs is als volgt:
Voorzitter: mr J. Wolfs (Maastricht);
Plaatsvervangend voorzitter: mr Th. Houwen (Vught);
Lid: mr A. Pieper (Beek bij Nijmegen), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Plaatsvervangend lid: mr J. de Kok (Leidschendam), gekozen door de bevoegde gezagsorganen;
Lid: de heer L. Schlaman (Eindhoven), gekozen door de personeelsorganisaties;
Plaatsvervangend lid: de heer J. Nouwen (Hoorn), gekozen door personeelsorganisaties;
De samenstelling van de Bezwarencommissie functiewaardering is als volgt:
Voorzitter: mr J. Wolfs (Maastricht);
Plaatsvervangend voorzitter: mr Th. Houwen (Vught);
Lid: mr J. de Kok (Leidschendam), benoemd door de bevoegde gezagsorganen;
Plaatsvervangend lid: mr A. Pieper (Beek bij Nijmegen), benoemd door de bevoegde gezagsorganen;
Lid: de heer L. Schlaman (Eindhoven), benoemd door de personeelsorganisaties;
Plaatsvervangend lid: de heer J. Nouwen (Hoorn), benoemd door de personeelsorganisaties.
5. HET SECRETARIAAT VAN DE COMMISSIES.
Het secretariaat van de commissies is gehuisvest aan de Stadhouderslaan 7 te 's-Gravenhage.
Aan het secretariaat zijn als medewerkers verbonden:
mevrouw mr A. CluitmansSouren, secretaris,
mevrouw mr M. de Bont-Hanenkamp, adjunct-secretaris
en mevrouw I. Plug, administratief medewerker.
De ambtelijk secretarissen ondersteunen, in de meest ruime zin van het woord, de commissies bij de behandeling van de geschillen en adviesaanvragen.
Tot hun taken behoren onder meer: de instructie van de aangemelde zaken in overleg met de voorzitter, het vervaardigen van notities in meer complexe zaken, het bijwonen van de zittingen, het concipiëren van de uitspraken aan de hand van de beraadslaging door de commissie en de verzorging van de eindredactie, het opstellen van nota's van algemene aard, alsmede het volgen van de van belang zijnde ontwikkelingen in literatuur, wetgeving en rechtspraak, waartoe ook aan symposia wordt deelgenomen.
De secretaris en adjunct-secretaris nemen deel aan het overleg dat periodiek plaatsvindt tussen de secretarissen van de diverse geschillencommissies.
In het schooljaar 1997-1998 zijn in dit overleg de navolgende onderwerpen besproken:
- de evaluatie van de WMO;
- bovenbestuurlijk beleid en medezeggenschap;
- functiewaardering;
- duo-lidmaatschap van leden van de MR;
- de bevoegdheid van de deelraad al dan niet als procespartij te worden aangemerkt.
In het verslagjaar hebben de mrs A. Cluitmans-Souren en M. de Bont-Hanenkamp een aantal cursussen verzorgd over de behandeling van medezeggenschapsgeschillen.
Voorts hebben zij in het verslagjaar als redactieleden van het losbladig handboek 'Medezeggenschap in het onderwijs' een belangrijke bijdrage geleverd aan het herschrijven van dit handboek.
6. DE GESCHILLEN.
6.1. De behandeling van de geschillen met betrekking tot medezeggenschap en DGO.
Bij de commissie voor geschillen voor het basis- en speciaal onderwijs in Noord-Nederland zijn in de verslagperiode 2 verzoekschriften ingekomen. Van het voorafgaande verslagjaar resteerden nog 2 aanmeldingen.
In totaal zijn door de commissie in de verslagperiode 3 geschillen in een zitting behandeld; de aanmelding van 2 van deze geschillen dateerde uit het schooljaar 1996-1997.
De mondelinge behandeling van 1 geschil zal in het schooljaar 1998-1999 plaatsvinden.
Gerangschikt naar soort gaat het hierbij om 4 instemmingsgeschillen.
In de 3 zaken die door de commissie in de verslagperiode mondeling werden behandeld in een zitting deed de commissie een eind-uitspraak.
Bij de commissie voor geschillen voor het basis- en speciaal onderwijs in Zuid-Nederland zijn in de verslagperiode geen verzoekschriften ingekomen.
Bij de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het VBO/MBO zijn in de verslagperiode 6 verzoekschriften ingekomen. Van het voorafgaande verslagjaar resteerde nog 1 aanmelding.
In de verslagperiode zijn door de commissie 5 geschillen mondeling behandeld in een zitting. In 1 geschil heeft de commissie een tweede zitting belegd. De aanmelding van 1 van deze geschillen dateerde uit het schooljaar 1996-1997.
De mondelinge behandeling van 1 geschil zal in het schooljaar 1998-1999 plaatsvinden.
1 Geschil is vóór de mondelinge behandeling ingetrokken.
Gerangschikt naar soort gaat het hierbij om 4 instemmingsgeschillen, 1 adviesgeschil en 2 interpretatiegeschillen.
In de 5 zaken die door de commissie in de verslagperiode mondeling werden behandeld in een zitting deed de commissie een eind-uitspraak.
Bij de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het VWO/AVO zijn in de verslagperiode 10 verzoekschriften ingekomen. Van het voorafgaande verslagjaar resteerden nog 2 aanmeldingen.
In de verslagperiode zijn door de commissie 8 geschillen mondeling behandeld in een zitting. De aanmelding van 2 van deze geschillen dateerde uit het schooljaar 1996-1997.
3 Geschillen zijn vóór de mondelinge behandeling ingetrokken.
De mondelinge behandeling van 1 geschil zal in het schooljaar 1998-1999 plaatsvinden.
Gerangschikt naar soort gaat het hierbij om 8 instemmingsgeschillen, 2 adviesgeschillen en 2 interpretatiegeschillen.
In de 8 zaken die door de commissie in de verslagperiode mondeling werden behandeld in een zitting deed de commissie in 7 gevallen een eind-uitspraak.
Bij alle commissies voor medezeggenschapsgeschillen is het in de verslagperiode meerdere malen voorgekomen dat de commissies wegens het spoedeisend karakter van de zaak kort na de behandeling van de zaak mondeling of schriftelijk de beslissing in verkorte vorm aan partijen meedeelden.
Bij de commissie voor medezeggenschapsgeschillen voor het hoger beroepsonderwijs zijn in de verslagperiode geen verzoekschriften ingekomen.
Bij de commissies voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek basis- en speciaal onderwijs zijn in verslagperiode geen geschillen ter behandeling aangemeld.
Bij de commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek VWO, AVO en VBO is in de verslagperiode 1 geschil ter behandeling aangemeld. De mondelinge behandeling van dit geschil zal in het schooljaar 1998-1999 plaatsvinden.
De gemiddelde termijn die verstreek tussen de aanmelding van de geschillen en de datum van de uitspraak van de commissies voor het basis- en speciaal onderwijs beliep in het verslagjaar ongeveer 2,3 maanden.
De gemiddelde termijn die verstreek tussen de datum van de beslissing van de commissie en de datum van de toezending van de uitgewerkte uitspraak bedroeg in het verslagjaar ongeveer 1,5 maand.
De gemiddelde termijn die verstreek tussen de aanmelding van de geschillen en de datum van de uitspraak van de commissies voor medezeggenschapsgeschillen voor het vwo/avo/vbo/mbo bedroeg in de verslagperiode ongeveer 2,4 maanden.
De gemiddelde termijn die verstreek tussen de datum van de beslissing van deze commissies en de datum van de toezending van de uitgewerkte uitspraak bedroeg in de verslagperiode ongeveer 1,6 maand.
6.2. De onderwerpen van de mondeling behandelde geschillen.
De in de verslagperiode door de commissie voor geschillen voor het basis- en speciaal onderwijs in Noord-Nederland in een zitting behandelde geschillen hadden betrekking op:
de interpretatie van artikel 9, aanhef en sub g, WMO: 'een te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van het beleid betreffende de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel' in verband met een voorstel tot toekenning van een premie bij de benoeming van een directeur;
- keuze van een dislocatie als onderdeel van het fusiebesluit;
- regeling van de gevolgen van de overdracht van de school voor het personeel en de ouders en de leerlingen.
De in de verslagperiode door de commissies voor medezeggenschapsgeschillen voor het katholiek VWO, AVO, VBO en MBO mondeling behandelde geschillen hadden betrekking op:
- compensatie voor teveel gegeven lesuren;
- de interpretatie van artikel 8, eerste lid, aanhef en sub g, WMO: ' ... een te nemen besluit ... ' in verband met een besluit tot schaalverhoging van salarissen;
- de interpretatie van artikel 8, aanhef en onder b, WMO: 'een te nemen besluit tot wijziging van het formatieplan van de school' in verband met besluit tot schaalverhoging van salarissen met terugwerkende kracht;
- verbouwing en uitbreiding van de school;
- formatieplan;
- fusie;
- regeling van de gevolgen van fusie voor het personeel en de ouders en leerlingen;
- vaststellen van een taakbeleid;
- benoemingsprocedure voor de directie;
- duurzame samenwerking.
6.3. De behandeling van de adviesaanvragen functiewaardering.
Bij de bezwarencommissie functiewaardering zijn in de verslagperiode 8 adviesaanvragen ingediend.
De commissie heeft in het verslagjaar 7 adviesaanvragen in een zitting behandeld.
Twee adviesaanvragen zijn ter zitting ingetrokken.
Ten aanzien van één van deze adviesaanvragen zal de behandeling voortgezet worden in het volgende verslagjaar.
De mondelinge behandeling van 1 adviesaanvrage zal in het schooljaar 1998-1999 plaatsvinden.
De commissie heeft in het verslagjaar 4 adviezen uitgebracht.
De gemiddelde termijn die verstreek tussen de indiening van de adviesaanvragen en de datum van het advies van de bezwarencommissie bedroeg in de verslagperiode ongeveer 1,8 maand.
De gemiddelde termijn die verstreek tussen de datum van het advies van de commissie en de datum van de toezending van het advies bedroeg in de verslagperiode ongeveer 1,3 maand.
6.4. De onderwerpen van de mondeling behandelde adviesaanvragen
De in de verslagperiode door de commissie uitgebrachte adviezen hadden betrekking op:
- waardering van de functie 'adjunct-directeur van een vestiging met de schoolsoorten HAVO/VWO' van een scholengemeenschap onder leiding van een algemene directie;
- waardering van de functie 'conrector bovenbouw HAVO/VWO' van een scholengemeenschap met één vestiging onder leiding van een directie, bestaande uit een voorzitter en twee directeuren;
- waardering van de 'staffunctie Oriëntatie en Mobiliteit' ten behoeve van onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen op drie locaties.
7. DE HUISHOUDELIJKE VERGADERINGEN VAN DE COMMISSIES EN HET OVERLEG VAN DE VOORZITTERS VAN DE COMMISSIES.
De commissies voor geschillen voor het katholiek basis- en speciaal onderwijs zijn in een huishoudelijke vergadering bijeen geweest op 9 december 1997.
De commissies voor geschillen voor het katholiek voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en algemeen voortgezet onderwijs, voor het katholiek voorbereidend beroepsonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs en voor het katholiek hoger beroepsonderwijs zijn in een huishoudelijke vergadering bijeen geweest op 8 december 1997.
In deze vergaderingen is onder meer gesproken over een nieuwe opzet van de geschillencommissies WMO, de geschillencommissies DGO en de bezwarencommissie functiewaardering per 1 januari 1999.
Op 1 juli 1998 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden van de directeur van het VBKO-Bureau met de voorzitters van de commissies geschillen ter bespreking van de begroting 1998 van de kosten van de commissies en van het secretariaat van de commissies.
Bij die gelegenheid hebben de VBKO en de voorzitters, gehoord het ABKO, de begroting 1998 vastgesteld.
8. TER AFSLUITING.
Op grond van het bepaalde in artikel 49 van de wet diende de Minister vijf jaren na de inwerkingtreding van de WMO 1992 aan de Kamers van de Staten Generaal verslag uit te brengen over de werking van de wet.
In juli 1997 is het onderzoeksrapport verschenen van het Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen van Regioplan Onderwijs en Arbeidsmarkt B.V. over de positieve en negatieve ervaringen met de WMO 1992.
De Minister zal in de loop van 1999 een beleidsnotitie aan de Kamer voorleggen betreffende een modernisering van de medezeggenschapsregeling.
De bundel 'jurisprudentie katholiek onderwijs civiele zaken' kan worden besteld bij de Vereniging van Besturenorganisaties van Katholieke Onderwijsinstellingen,
Stadhouderslaan 9,
Postbus 82158,
2508 ED 's-Gravenhage.
Telefoon: 070 - 356800.
De kosten van de bundel bedragen ¦ 40,-- exclusief b.t.w. en verzend-kosten.
De huishoudelijke reglementen van de Commissies kunnen worden opgevraagd bij het secretariaat van de Commissies:
Stadhouderslaan 7,
Postbus 82324,
2508 EH 's-Gravenhage.
Telefoon: 070 - 3457097.
Telefax: 070 - 3562827
