Medezeggenschap
Verkiezingsreglement Commissie voor geschillen en arbitrage dgo katholiek onderwijs
VERKIEZINGSREGLEMENT COMMISSIE VOOR GESCHILLEN EN ARBITRAGE
DECENTRAAL GEORGANISEERD OVERLEG KATHOLIEK ONDERWIJS
Begripsbepaling
Artikel 1
De commissie:
de geschillencommissie georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 38 van de Wet op het primair onderwijs,
artikel 38 van de Wet op de expertisecentra, artikel 40a van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs en
artikel 158 van deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
De centrales:
de centrales van overheids- en onderwijspersoneel.
De VBKO:
de Vereniging van Besturenorganisaties van Katholieke Onderwijsinstellingen te 's-Gravenhage.
De besturenbonden:
de Bond van schoolbesturen voor katholiek primair onderwijs (Bond KBO);
de Bond katholiek beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs (Bond KBVO).
Samenstelling van de commissie
Artikel 2
1. De commissie bestaat uit twee leden, twee plaatsvervangend leden en tenminste twee voorzitters die elkaars plaatsvervanger zijn.
Een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen/instellingen, en een lid en diens plaatsvervanger door de centrales. De beide leden kiezen het derde lid, tevens voorzitter, en diens plaatsvervanger.
Benoeming van een lid en diens plaatsvervanger door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen/instellingen en een lid en diens plaatsvervanger door de centrales geschiedt na overleg met de fungerend voorzitter van de commissie.
2. De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd voor de tijd van drie jaar. Zij zijn terstond herbenoembaar.
De voorzitters worden gekozen voor de tijd van drie jaar. Zij zijn terstond herkiesbaar.
3. In een opengevallen plaats wordt binnen zes weken voorzien.
Artikel 3
1. Uiterlijk vier maanden voor het ontstaan van periodieke vacatures geven de voorzitters van de commissie daarvan kennis aan de VBKO voorzover het betreft vacatures van het lid en het plaatsvervangend lid dat door de bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen/instellingen benoemd dient te worden, en aan de centrales voorzover het vacatures betreft van het door de centrales te benoemen lid of plaatsvervangend lid.
2. De nieuw benoemde leden en plaatsvervangend leden treden als zodanig op met ingang van de datum waarop de vacatures ontstaan.
De zittende leden en plaatsvervangend leden blijven als zodanig aan tot dat in de vacatures is voorzien.
Artikel 4
1. Uiterlijk acht dagen na het ontstaan van een niet-periodieke vacature geven de voorzitters daarvan kennis aan de VBKO dan wel de centrales al naar gelang het een vacature betreft van een door de bevoegde gezagsorganen of door de centrales te benoemen lid of plaatsvervangend lid.
2. Binnen zes weken na het ontstaan van een niet-periodieke vacature wordt daarin voorzien overeenkomstig de bepalingen van dit verkiezingsreglement.
3. De nieuw benoemde neemt voor wat betreft het tijdstip van periodiek aftreden de plaats in van zijn voorganger.
Artikel 5
1. Voorzitter, lid en plaatsvervangend lid kan niet zijn hij:
a. die deel uitmaakt van het bevoegd gezag van een school/instelling, waarover de commissie haar werkkring uitstrekt;
b. die deel uitmaakt van het bestuur van een der besturenbonden respectievelijk de VBKO;
c. die in dienst is van een der besturenbonden respectievelijk de VBKO;
d. die deel uitmaakt van het bestuur van een der centrales respectievelijk personeelsorganisaties namens welke DGO wordt gevoerd;
e. die in dienst is van een der centrales respectievelijk personeelsorganisaties als bedoeld onder d;
f. die deelneemt aan een DGO dat gevoerd wordt ten behoeve van de scholen/instellingen waarover de commissie haar werkkring uitstrekt.
2. Voorzitter, lid en plaatsvervangend lid kan niet worden hij die de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt *.
3. De voorzitter is bij voorkeur iemand die de hoedanigheid van meester in de rechten heeft verkregen op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit of hogeschool.
4. Voorzitter, leden en plaatsvervangende leden dienen zich te kunnen verenigen met de identiteit van waaruit de scholen/instellingen werken.
De verkiezing van het door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen/instituten te benoemen lid en plaatsvervangend lid.
Artikel 6
1. Ter verkiezing van het door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen/instituten te benoemen lid en/of diens plaatsvervanger stelt de VBKO, uiterlijk binnen vier weken na kennisgeving van het ontstaan van een vacature, in overleg met de besturenbonden en na overleg met de voorzitter van de commissie een kandidaat voor, na zich ervan vergewist te hebben dat de kandidaat voldoet aan de bij de wet en dit reglement gestelde vereisten en dat hij een eventuele benoeming zal aanvaarden.
2. Het voorstel wordt aan alle bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen/instituten bekend gemaakt middels publicatie in de periodieken.
Artikel 7
Het bevoegd gezag van een aangesloten school/instituut heeft het recht om binnen veertien dagen nadat de kandidatuur bekend gemaakt is, voor iedere kandidaat een tegen kandidaat voor te dragen, mits bedoeld voorstel door vijf besturen wordt gesteund en ondertekend, en de voorgestelde kandidaat zich bereid heeft verklaard een eventuele benoeming te aanvaarden.
Het hiervoor bedoelde voorstel dient schriftelijk ter kennis te worden gebracht van de VBKO.
De VBKO onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de wet en van dit reglement.
Artikel 8
Is bij de VBKO uiterlijk binnen veertien dagen na de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid, geen voorstel als bedoeld in artikel 7 ontvangen, dan verklaart de VBKO de door haar voorgestelde kandidaat voor gekozen en doet hiervan mededeling aan de betreffende kandidaat, aan de commissie, aan de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen/instituten, en aan de centrales.
Artikel 9
1. Worden er een of meer tegenkandidaten voorgesteld, dan heeft er een stemming plaats over alle voorgestelde kandidaten.
2. De bevoegde gezagorganen van de aangesloten scholen/instituten ontvangen daartoe uiterlijk vier weken na de bekendmaking van de eerste kandidaatstelling als bedoeld in artikel 6, tweede lid, de lijst van kandidaten alsmede een of meer gewaarmerkte stembiljetten.
De lijst vermeldt de namen van de bevoegde gezagsorganen die de kandidatuur steunen, en de dag waarop de VBKO de stembiljetten dient te hebben ontvangen en tijd en plaats der stemopneming.
De bevoegde gezagsorganen vermelden hun keuze uit de voorgestelde kandidaten op het stembiljet. Op ieder stembiljet wordt slechts een naam vermeld.
Artikel 10
Elk bevoegd gezag ontvangt evenveel stembiljetten als het scholen/instituten, aangesloten bij de commissie, onder zijn bestuur heeft.
Artikel 11
De stembiljetten worden door het bevoegd gezag in een blanco enveloppe gesloten. Deze enveloppe wordt in een tweede omslag gesloten en gewaarmerkt door de voorzitter en de secretaris. Deze tweede omslag wordt in een couvert, voorzien van het opschrift "verkiezing commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek onderwijs" aan de VBKO toegezonden.
Artikel 12
1. Op de dag waarop de VBKO de stembiljetten dient te hebben ontvangen, vindt stemopneming plaats door de secretaris van de VBKO en drie afgevaardigden van stemgerechtigde bevoegde gezagsorganen, door de VBKO te benoemen.
2. Alle stemgerechtigde bevoegde gezagsorganen zijn gerechtigd zich bij de stemopneming te laten vertegenwoordigen.
3. Alle binnengekomen enveloppen worden tijdens de stemopneming geopend.
4. Het proces-verbaal van de stemopneming wordt door de secretaris van de VBKO opgemaakt en door de drie afgevaardigden bedoeld in het eerste lid ondertekend en in een of meer periodieken gepubliceerd.
Artikel 13
1. Gekozen is degene op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht.
2. Hebben bij de eerste stemming meerdere kandidaten de meeste stemmen behaald, dan wordt binnen veertien dagen op dezelfde wijze herstemming gehouden tussen deze kandidaten.
Bij herstemming is diegene gekozen die alsdan de meeste stemmen op zich heeft verenigd.
Indien bij herstemming opnieuw de stemmen staken beslist het lot.
3. De VBKO doet van de verkiezing mededeling als in artikel 8 bepaald.
De verkiezing van het door de centrales te benoemen lid en plaatsvervangend lid.
Artikel 14
Uiterlijk binnen vier weken na de kennisgeving van het ontstaan van een vacature kan ieder der centrales na overleg met de voorzitters van de commissie een kandidaat voorstellen ter vervulling van de vacature. De centrale die een voorstel als bedoeld in de vorige zin doet vergewist zich ervan dat de voorgestelde kandidaat voldoet aan de in de wet en dit reglement gestelde eisen en dat hij een eventuele benoeming zal aanvaarden.
Elk der centrales brengt zijn voorstel schriftelijk ter kennis van alle overige centrales.
Artikel 15
1. Indien na het verstrijken van de in artikel 14 genoemde termijn slechts één kandidaat is voorgesteld wordt deze geacht te zijn verkozen.
2. De centrale die de kandidaat heeft voorgedragen doet van de benoeming mededeling aan de betreffende kandidaat, aan de commissie, aan de overige centrales en aan de VBKO.
3. De VBKO stelt de bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen/instituten van de benoeming in kennis.
Artikel 16
Indien na het verstrijken van de in artikel 14 genoemde termijn meerdere kandidaten zijn voorgesteld en de centrales geen overeenstemming bereiken over de benoeming vindt binnen twee weken een stemming plaats over alle kandidaten.
De centrales bepalen in onderling overleg de wijze waarop de stemming plaatsvindt.
Artikel 17
1. Gekozen is de kandidaat op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht.
2. Hebben bij de eerste stemming meerdere kandidaten de meeste stemmen behaald, dan beslist het lot.
3. De centrale die de verkozen kandidaat heeft voorgedragen doet van de verkiezing mededeling als in artikel 15, tweede lid, bepaald.
Kosten aan de verkiezing verbonden
Artikel 18
De kosten van de verkiezingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 13 komen ten laste van de bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen.
Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 19
1. De VBKO beslist over de betekenis van het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 13 alsmede over zaken met betrekking tot het bepaalde in deze artikelen waarvoor geen voorziening is getroffen.
De VBKO deelt een beslissing als bedoeld in de voorgaande zin voorzover nodig aan de bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen/instituten mede.
2. De centrales beslissen gezamenlijk over de betekenis van het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 17 alsmede over zaken met betrekking tot het bepaalde in deze artikelen waarvoor geen voorziening is getroffen.
3. De VBKO en de centrales beslissen gezamenlijk over de betekenis van de overige bepalingen van dit reglement alsmede over de daarin niet voorziene gevallen.
Voor zover nodig deelt de VBKO de beslissing mede aan de bevoegde gezagsorganen van de bij de commissie aangesloten scholen/instituten.
Artikel 20
De vaststelling en eventuele wijziging van dit reglement geschiedt in overleg met de commissie door de VBKO op basis van het terzake gevoerde overleg met de centrales.
Dit verkiezingsreglement is in werking getreden op 28 juni 1993 en is gewijzigd in maart 1999.
Aldus in overleg met de commissies door de VBKO gewijzigd vastgesteld in maart 1999 op basis van het terzake gevoerde overleg met de centrales.
versie 1999
* Met die verstande dat als een lid gedurende de zittingstermijn de leeftijd van 70 jaar bereikt hij/zij niet meer herbenoembaar is voor een nieuwe termijn.
