Decentraal georganiseerd overleg

Laatste update op: 06-01-2011 21:40

Huishoudelijk reglement commissie voor geschillen en arbitrage decentraal georganiseerd overleg katholiek onderwijs

HUISHOUDELIJK REGLEMENT COMMISSIE VOOR GESCHILLEN EN ARBITRAGE
DECENTRAAL GEORGANISEERD OVERLEG KATHOLIEK ONDERWIJS

Artikel 1. Taak voorzitter

De voorzitter is belast met het leiden van de vergaderingen en de zittingen van de commissie.
Hij bepaalt de datum, het tijdstip en de plaats van de vergaderingen en de zittingen.

Artikel 2. Taken ambtelijk secretaris en adjunct-secretaris

1. Er is een secretaris die het secretariaat van de commissie voert.
Er is een adjunct-secretaris die onder leiding van de secretaris het secretariaat van de commissie mede voert.

2. De ambtelijk secretarissen zijn belast met:
- het voorbereiden van de vergaderingen en zittingen van de commissie en met het uitvoeren van besluiten van
de commissie;
- het na overleg met de voorzitter oproepen van partijen;
- het voeren van correspondentie ten behoeve van de commissie;
- het opstellen van een verslag van de vergaderingen en zittingen van de commissie;
- het redigeren van de beslissing;
- de zorg voor de verspreiding van voor de commissie bestemde stukken en van de beslissing;
- het maken van een concept-jaarverslag;
- de zorg voor de vereffening van door de commissie gemaakte kosten;
- de organisatie en het beheer van het secretariaat;
- het onderhouden van contacten met derden namens de commissie;
- ondersteuning van de commissie bij het verkrijgen van informatie ten behoeve van de uitvoering van haar taak.
De secretaris draagt onder andere daartoe zorg voor de inrichting en het beheer van een archief;
- alsmede alle overige werkzaamheden, welke geacht kunnen worden tot hun taken te behoren.

3. Stukken die moeten worden ingediend bij de voorzitter of de commissie dienen te worden toegezonden aan
het bekend gemaakte kantooradres van de ambtelijk secretaris.

Alle aangesloten scholen ontvangen door de zorg van de commissie hiervan mededeling.

Artikel 3. Vergaderingen

1. De commissie vergadert, telkens wanneer dit ter behandeling van een geschil of van geschillen nodig is.

2. De commissie houdt tenminste éénmaal per jaar een huishoudelijke vergadering.

3. De commissie brengt eenmaal per jaar - in de maand september - verslag uit van haar werkzaamheden.

Artikel 4. Quorum en verhindering

1. De commissie neemt haar beslissingen in een voltallige vergadering. De voorzitter en de leden doen op een
zo vroeg mogelijk tijdstip mededeling van verhindering aan een zaak deel te nemen aan de secretaris.

2. De voorzitter en de leden van de commissie worden bij ontstentenis vervangen door de plaatsvervangend voorzitter,
respectievelijk de plaatsvervangende leden, met dien verstande, dat het lid gekozen door de bevoegde gezagsorganen
wordt vervangen door het plaatsvervangend lid dat is gekozen door de bevoegde gezagsorganen en het lid dat is gekozen
door de centrales wordt vervangen door het plaatsvervangend lid dat is gekozen door de centrales.

3. Wanneer in een geschil nog geen definitieve beslissing is genomen en een lid dat aan de behandeling heeft
deelgenomen, niet in staat is aan de verdere behandeling deel te nemen, zal de voorzitter een nieuwe behandeling
bevelen, tenzij partijen akkoord gaan met deelname van een plaatsvervanger aan die verdere behandeling.

Artikel 5. Besluitvorming inzake geschillen

1. De commissie besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen.
2. De voorzitter en de leden van de commissie stemmen voor of tegen.
3. Stemming geschiedt mondeling.

Artikel 6. Bevoegdheid commissie

1. Indien de commissie zich niet bevoegd acht van een geschil kennis te nemen, deelt de voorzitter dit onverwijld
schriftelijk mede aan de betrokken partijen.
2. Indien de commissie van oordeel is dat het geschil tot de jurisdictie behoort van een andere geschillencommissie,
zorgt zij voor doorzending van de ingediende stukken aan de bevoegde commissie en stelt zij partijen van een en
ander in kennis.

Artikel 7. Intrekken geschil

1. De verzoeker die een geschil bij de commissie aanhangig heeft gemaakt, kan de aanmelding van dit geschil
schriftelijk dan wel mondeling intrekken.
2. Is een geschil door meerdere verzoekers aanhangig gemaakt dan kan de aanmelding slechts ingetrokken worden
door de verzoekers gezamenlijk.
3. De secretaris deelt zulks onverwijld mede aan de overige partijen.
4. Indien reeds verweer is gevoerd, kan het geschil slechts worden ingetrokken door de verzoeker respectievelijk de
verzoekers gezamenlijk, met instemming van de commissie, gehoord de overige partijen.

Artikel 8. Informatie inwinnen

Ter voorbereiding van de behandeling van het geschil kan de secretaris, in overleg met de voorzitter, al dan niet tezamen
met een of meer leden van de commissie de nodige informatie inwinnen bij één of meerdere partijen.
De ontvangen informatie wordt aan de overige partijen bekend gemaakt.
Zo nodig kan informatie op de hiervoor aangegeven wijze ook worden ingewonnen bij anderen.
De ontvangen informatie wordt aan de partijen bekend gemaakt.

Artikel 9. Bemiddeling

1. De commissie kan partijen oproepen voor een bijeenkomst teneinde een bemiddeling te beproeven.
Elk der partijen kan te kennen geven geen prijs te stellen op een bemiddelingsvoorstel van de commissie.
2. Partijen delen de commissie binnen 14 dagen nadat een bemiddelingsvoorstel aan hen is voorgelegd, schriftelijk
mee of zij met het voorstel akkoord gaan.
De voorzitter kan deze termijn voor telkens ten hoogste 14 dagen verlengen.
3. Indien de commissie van alle partijen schriftelijk bericht heeft ontvangen dat zij akkoord gaan met een bemiddelings-
voorstel wordt het geschil geacht te zijn ingetrokken.

Artikel 10. Horen van getuigen en deskundigen door de commissie

1. Getuigen en deskundigen worden door de voorzitter ondervraagd.
2. Vragen kunnen mede worden gesteld door de andere leden van de commissie en door de partijen en hun
gemachtigden.
3. Na afloop van het horen worden de partijen of hun gemachtigden in de gelegenheid gesteld, naar aanleiding van
hetgeen door de getuigen en deskundigen is verklaard, het woord te voeren.

Artikel 11. Inhoud uitspraak

1. De uitspraak van de commissie bevat:
a) de vermelding van partijen en hun vestigingsplaats;
b) een summiere en duidelijke weergave van het door partijen aangevoerde;
c) de gronden waarop zij berust.

2. In de uitspraak wordt vermeld wanneer en door welke leden van de commissie vaststelling heeft plaatsgevonden.

3. De uitspraak wordt door de voorzitter en secretaris ondertekend.

Artikel 12. Toezending uitspraak

De secretaris zendt de uitspraak van de commissie binnen 6 weken nadat zij is genomen, bij aangetekend schrijven
toe aan partijen en aan de voorzitter van het DGO. Een afschrift van de beslissing wordt ter kennisgeving toegezonden
aan de VBKO.

Artikel 13. Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin dit huishoudelijk reglement niet voorziet beslist de voorzitter, gehoord de overige leden van de
commissie.

Artikel 14. Wijziging en vaststelling

Dit huishoudelijk reglement kan door de commissie te allen tijde worden gewijzigd.

Aldus vastgesteld door de commissie op 21 december 1993 te 's-Gravenhage.

versie 1999

lettergrootte: normaal | groter | extra groot
RSS nieuwsfeed
afdrukweergave